Showing posts with label RAISING THE DEAD. Show all posts
Showing posts with label RAISING THE DEAD. Show all posts

23.11.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

ARI UP (1962-2010)
Bij de dood van een reggae-punk legende

De Engelse Ariane Daniele Foster, ofwel Ari Up, is het meest bekend als zangeres van de vrouwenband The Slits. Een groep die zowel muzikaal belangrijk was maar ook een belangrijke rol speelde bij de emancipatie van vrouwen in de popmuziek.

 
Afgelopen maand november is veel geschreven over de film met als onderwerp de Amerikaanse meidenband the Runaways. Zij waren in feite rockchicks die aan de hand van een manager/producer (Kim Fowley) wilden spelen als hun voorbeelden Suzie Quatro en David Bowie. De Engelse Slits waren veel origineler, onafhankelijker en vooral eigenwijzer. Het waren echte punks die overal maling aan hadden en hun eigen plan trokken. Toen the Slits begonnen was Ari Up 14 jaar. Via haar moeder kende al heel wat mensen uit de muziekscène. Zo leerde ze gitaar spelen van Joe Strummer (The Clash). Vanaf het begin waren the Slits ook al into reggae. Ze mengden het DIY van de punk met de riddims uit de reggae.


Hun eerste album, ‘Cut’ (1979), is dan ook geproduceerd door reggaeproducer Dennis Bovell. Op de hoes hiervan staan ze heel uitdagend bijna naakt en geheel met modder besmeurd: een schandaal was geboren! Op de plaat ook hun eerste single ‘Typical Girls’; een provocerend nummer van een stel losgeslagen vrouwen. Ook op hun repertoire stond een reggae-achtige cover van ‘I Heard It Through The Grapevine’ (Marvin Gay). The Slits stopten in 1982 en Ari Up ging spelen bij de Engelse reggaeband New Age Steppers. Intussen verhuisde ze echter naar Jamaica waar ze nog meer reggaeartiesten leerde kennen, zoals de beroemde producer Lee Perry. In 2005 kwamen the Slits weer bij elkaar en ging Ari Up ook weer touren. In 2009 kwam hun album Trapped Animal uit. In de zomer van 2010 nam ze har laatste muziek op, samen met Lee Perry, te vinden op de single ‘Hello, Hell Is Very Low’. Op 20 oktober stierf ze, vrij onverwacht, aan kanker. Haar overlijden werd bekend gemaakt door Johnny Lydon (Sex Pistols), die inmiddels alweer een aantal jaren met de moeder van Ari Up getrouwd is.

KLIK KLIK KLIK:


Ari Interview

Lee Scratch Perry met Ari Up

The Slits - World of Grown Up

The Slits - Typical Girls

The Slits - I Heard It Through The Grapevine

The Slits - Man Next Door (Berlin 1981)

1.9.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

ELIZABETH COTTEN (1895-1987)
De grote dame van de folkmuziek

 Eind jaren vijftig en begin jaren zestig, in de periode voor de Beatles, was folk een populair en opkomend genre. Artiesten als Bob Dylan en Joan Baez begonnen toen muziek te leren spelen. Eén van de meest populaire songs om als beginnend muzikant te coveren was ‘Freight Train’. Wat vele toen niet wisten was dat het liedje al zo’n vijftig jaar oud was en geschreven door ene Elizabeth Cotton.

Elizabeth ‘Libba’ Cotton werd in 1895 geboren in een kleine zwarte plattelandsgemeenschap in North Carolina. Hier schreef ze ‘Freight Train’ toen ze nog een tiener was, dus begin 20ste eeuw! In die tijd werkte ze als een hulp in de huishouding bij blanke gezinnen, waar ze 75 dollarcent per maand mee verdiend. In haar schaarse vrije tijd leerde ze zichzelf op haar eigen manier gitaar spelen. Ze had hierdoor een aparte stijl: ze gebruikte de fingerpicking techniek en was linkshandig. Toen ze op haar vijftiende (!) trouwde was er voor muziek bijna geen tijd meer. In het midden van de jaren veertig, ze was toen inmiddels gescheiden, kwam ze als huishoudster terecht bij de familie Seeger. Veel leden van deze grote familie hielden zich bezig met traditionele Amerikaanse muziek. Hier ontdekte Peggy Seeger het muzikale talent van Elizabeth Cotton en werd ze aangemoedigd om meer met haar muziek te doen. In 1957 kwam haar eerste langspeler uit, die later op CD uitkwam onder de titel ‘Freight Train and other North Carolina Folk Songs’ (op Folkways) en zo ook op Spotify staat.

Voordat dit album uitkwam waren er echter al andere artiesten geweest die ‘Freight Train’ hadden opgenomen, zelfs in Engeland. In 1960 stond ze, als 65-jarige, voor de eerste maal op het podium en begint ze regelmatig op te treden. Ook begon ze weer nieuw materiaal te schrijven, zoals het nummer ‘Shake Sugaree’ dat ze samen met vier kleinkinderen schrijft en dat o.a. door Bob Dylan en Taj Mahal is gecoverd. Ondanks haar hoge leeftijd vond ze optreden erg leuk en heeft ze dat tot vlak voor haar dood vol gehouden. Zo trad ze begin jaren tachtig eens in een bejaardentehuis op. Na afloop verzuchtte ze: “You know this is a nice place, I’d like to come here when I get old”! Ze leek onvermoeibaar en bleef de mensen verbazen met haar apart folk muziek. Op 29 juni 1987 is ze toch gestorven, een paar maanden na haar laatste optreden in New York.

In de 21ste eeuw is er dankzij nieuwe folkrichtingen als freakfolk en neo-folk weer veel belangstelling voor Elizabeth Cotton. Mensen als Devendra Banhart, Laura Veirs of Laura Gibson spelen nog regelmatig songs van deze grand old lady van de folkmuziek.

KLIK KLIK KLIK:

Devendra Banhart - Shake Sugaree


Laura Veirs - Freight Train (Elizabeth Cotten)


Freight Train in 1986 als 92-jarige!


Muziekles met beelden van Elizabeth Cotten:


Elizabeth vertelt over haar jeugd en over Freight Train.

Diverse songs met aandacht voor haar gitaarspel!

12.5.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

Malcolm McLaren (1946 -2010)
Van manager naar muzikant



De op 8 april jl. overleden Malcolm McLaren was vooral bekend als de grote man achter de punkband Sex Pistols. Maar hij heeft ook als muzikant zijn bijdrage geleverd aan de muziekgeschiedenis.
De Engelsman Malcolm McLaren volgde in de jaren 60 enige tijd lessen op diverse kunstacademies. Begin jaren zestig begon hij met het ontwerpen van kleding en start hij samen met modeontwerpster Vivienne Westwood een spraakmakende winkel op het hippe Kings Road in Londen. Tegelijkertijd was hij korte tijd manager van de pre-punkband New York Dolls. Van 1976 tot 1978 was hij manager van de beroemde en beruchte Sex Pistols. In 1980 verschijnt de film ‘The Great Rock ’n Roll Swindle’. Deze vertelt het verhaal van de Sex Pistols vanuit het gezichtspunt van McLaren. De meeste bandleden waren het niet eens met zijn visie. Na het uiteenvallen van de Pistols wordt McLaren manager van de bands Adam and the Ants en Bow Wow Wow.

In 1983 verschijnt zijn eerste album, ‘Duck Rock’. Het is meteen al spraakmakend. Het staat namelijk vol van de Afrikaanse en hiphop invloeden. Deze laatste term was vrij nieuw in die tijd. Zijn allereerste single, ‘Buffalo Gals’, was een grote hit in de hippe hoofdstedelijke club Mazzo. In de bijbehorende clip was voor het grote publiek voor het eerst te zien wat scratchen inhield, hoe graffiti er uit zag en wat breakdansen was. De breakdancers in de clip zijn de Rock Steady Crew. Later dat jaar zouden ze een grote hit (hun enige) hebben met ‘(Hey You) Trock Steady Crew’. Eén van die nummers die voor velen de start van hiphop markeren en vooral het begin van de breakdance cultuur.

Voor zijn volgend album, ‘Fans’ (1984) haalt McLaren inspiratie uit opera’s van Pucini en Bizet. In het nummer ‘Madame Butterfly’ wordt voor het eerst dance gemend met opera. Producer van deze single was Stephen Hague, die later zou uitgroeien tot een invloedrijke eighties producer. Hij werkte o.a. met New Order, Pet Shop Boys en Erasure.
In 1989 verschijnt ‘Waltz Darling’ een album met veel disco en funk invloeden. McLaren introduceerde hier als één van de eersten het zogenaamd stijlvol dansen, ‘voguing’, nog voordat Madonna dat in 1990 zou doen met haar single ‘Vogue’. Intussen komt McLaren in rustiger vaarwater. In 1994  komt hij nog met het album ‘Paris’, een jazzy ode aan de Franse hoofdstad. Met daarop o.a. een duet met Catherine Deneuve en een nummer met de provocerende titel "Who The Hell Is Sonia Rykiel?".

Na dit album lijkt zijn muzikale inspiratie opgedroogd. In Engeland blijft hij echter een celebrity en is hij vaak op de TV te zien. Ook werkt hij aan kunstprojecten. In 2009 wordt kanker bij hem geconstateerd en een half jaar later overlijdt hij. McLaren heeft zo’n 15 albums op zijn naam staan, waarvan de bovengenoemde zeker een plaats in de muziekgeschiedenis verdienen.

VIDEOS:





30.3.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

ALEX CHILTON (28.12.1950 - 17.03.2010)

De onlangs overleden zanger/ gitarist Alex Chilton begon zijn muzikale carrière direct met zijn allergrootste hit. Daarna kende niemand hem meer tot hij in de jaren negentig eindelijk op zijn waarde werd ingeschat. Zijn overlijden kreeg zelfs aandacht in het Amerikaanse parlement. Congressman Steve Cohen hield daar een toespraak om het belang van Alex Chilton te benadrukken.


De zanger die zo raar kijkt in het clipje van ‘The Letter’ is pas zestien jaar. Alex Chilton was de voorman van de groep The Box Tops. In 1967 hadden ze met hun eerste single ‘The Letter’al direct een wereldhit. Nog steeds is het een veel gedraaide plaat in gouwe ouwe programma’s. In Nederland bereikte het nummer de derde plaats in de Top 40. In 1968 kwam hun andere bekende single uit: ‘Cry Like A Baby’, maar die haalde de Top 40 niet. De Box Tops waren één van de eerste bands zogenaamde ‘blue eyed soul’ maakten: blanke popmuzikanten die soul muziek speelden. Vooral op hun tweede album ‘Cry Like A Baby’(1968) is dat goed te horen. De plaat is opgenomen in soulstad Memphis en er zijn vette soulfulle blazerspartijen op te horen. Ook coveren ze de soul-classic ‘You Keep Me Hanging On’.


Na dit tweede album verlaat Chilton de band en begint in 1971 de groep Big Star. Deze band is één van de eersten die muziek van Britse bandjes als de Kinks en Beatles vermengt met het geluid van Amerikaanse bands al Byrds of Beach Boys. Dat maakt Big Star redelijk uniek. Alleen had niemand dat begin jaren zeventig door! Hun eerste album bleef onopgemerkt en na hun tweede viel de band in 1974 al weer uiteen. Alex Chilton verdwijnt dan uit het zicht. Tijdens de punkgolf eind jaren zeventig duikt hij ineens weer op. Hij speelt regelmatig in de fameuze Newyorkse club CBGB’s en neemt o.a  ‘Can’t Seem To Make You Mine’ op, een cover van the Seeds (zie elders op Raise The Dead). In 1980 produceert hij het ruige en opvallende debuutalbum van the Cramps. De soul van de Box Tops heeft plaats gemaakt voor rockinvloeden. Dat blijft zo, ook in de jaren tachtig. De punkers van the Replacements blijken al jaren fan van hem te zijn en nemen in 1987 uit bewondering het nummer ‘Alex Chilton’ op. Intussen ontdekken andere muzikanten de groep Big Star, zoals de groep REM en wat later in de jaren negentig de Schotse band Teenage Fanclub. Vanaf 1993 is Big Star weer bij elkaar en wordt er regelmatig getourd. In 2005 is er eindelijk een nieuw album ‘In Space’.

In maart 2010 zou Big Star, met Alex Chilton, optreden tijdens het grote SXSW festival in Austin, Texas (een soort mega-versie van Eurosonic in Groningen). Vlak daarvoor overleed Alex Chilton totaal onverwachts aan een hardaanval. De overige leden van Big Star traden als eerbetoon toch op, aangevuld met zeer vele gastmuzikanten. Die avond op SXSW werd één grote ode aan een belangrijk muzikant die nu samen met de ander Big Star oprichter (Chris Bell , 1951-1978) hoog boven ons hemelse rock ’n roll maakt!

17.2.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

CONNIE CONVERSE (1924-1974?)


Het is vreemd (af)gelopen met de Amerikaanse singer-songwriter Connie Converse (1924-1974?). Zo’n 35 jaar na haar dood kwam namelijk voor het eerst muziek van haar uit. Volgens kenners was zij een singer-songwriter avant la lettre.

Helaas hangt er rond Connie Converse een triest verhaal. Ze werd in 1924 in New Hampshire geboren als Elizabeth Eaton Converse. In de jaren vijftig woonde ze in New York. Hier begon ze teksten te schrijven die ze uitwerkte op haar gitaar. Heel af en toe zong er een paar voor vrienden. Via die vrienden kwam ze in contact met striptekenaar en muziekliefhebber Gene Deitch. In zijn keuken, met een klein aantal kennissen als publiek, zong ze in 1954 een paar liedjes die met een bandrecorder werden opgenomen. Via diezelfde Deitch trad ze in 1954 ook even kort op voor de televisie. Connie Converse had ook thuis een bandrecorder en met één microfoon nam ze zo zelf haar liedjes op. Het is niet bekend of ze ooit platenmaatschappijen benaderd heeft. In ieder geval was ze totaal onbekend in die tijd. Begin jaren zeventig belandde ze in een depressie. In augustus 1974 schreef ze vrienden en familie een aantal brieven waarin ze vertelde dat ze elders een nieuw leven wilde beginnen. Ze pakte vervolgens haar spullen in haar auto en vertrok. Hierna heeft niemand ooit meer van haar gehoord en ook haar lichaam is nooit gevonden. Einde verhaal zou je denken! In 2004 echter was de inmiddels hoogbejaarde Gene Deitch te gast in een populaire radioshow in New York. Hij draaide hierin iets uit de keukensessies met Connie Converse. Twee luisteraars die dit hoorden werden zo enthousiast dat ze besloten een CD uit te gaan brengen. En zo kwam in 2009, 35 jaar na de verdwijning van Connie Converse, de CD How Sad, How Lovely (op Lauderette Records) uit. Met daarop naast bovengenoemde opnamen ook door Connie zelf opgenomen liedjes, die nog in het bezit van haar broer waren.

Het belang van de liedjes van Connie Converse zit hem in het feit dat ze de eerste vrouw was die persoonlijke en geëmancipeerd liedjes schreef, iets wat in de jaren vijftig bijzonder was. Tevens voerde ze die alleen met gitaar uit en leek ze niet beïnvloed door de blues en jazz. Kortom een nauurtalent. Ze was hier mee eigenlijk de eerste singer-songwriter. Pas aan het einde van de jaren vijftig zouden in Amerika meer muzikanten met akoestische gitaren opstaan. Dat was het begin van de folkbeweging en van artiesten als Bob Dylan en Joan Baez. Maar die eerste folkies zongen vooral protestsongs en schreven geëngageerde teksten. Luister maar eens naar Joan Baez, haar manier van zingen lijkt op die van Connie Converse maar haar liedjes gaan over heel andere zaken. Baez debuteerde in 1959 en stond ook op Woodstock (1969). Had Connie Converse maar wat meer geluk had gehad dan zou ze nu als eerste singer songwriter algemeen gekend zijn!

KLIK KLIK KLIK:

CONNIE CONVERSE

Connie Converse Myspace
Radiopodcast over Connie Converse
En nog meer informatie!

JOAN BAEZ



12.1.10

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

SKY SAXON (1937 – 2009)

Bijna niemand weet dat op 25 juni 2009 niet alleen Michael Jackson stierf, maar ook Sky Saxon, de zanger van de Amerikaanse sixties band The Seeds. Voor iedere beetje ruige gitaarband is Sky Saxon vele malen invloedrijker dan gladjakker Michael Jackson.



In de tweede helft van de jaren zestig waren er in Amerika ontelbare bandjes die op een lekker ruige manier muziek begonnen te maken. Ze borduurden veelal voort op de (rhythm &) blues maar dan sneller en met meer gitaargeweld. Ze klonken dan ook een stuk minder braaf dan Brits bands als Rolling Stones, The Who of Pretty Things. De bandleden waren jong en woonden vaak nog thuis. Ze oefenden in de garage van hun ouderlijk huis. Daarom wordt deze stroming Garage Rock genoemd, een term die overigens pas voor het eerst gebruikt wordt in de jaren zeventig. In veel Amerikaanse steden was er een levendige garage-scene met namen als Standells, Remains, Sonics of Third Rail. In Los Angeles begonnen in 1965  een paar teenagers The Seeds. Ze speelden in het begin ruige nummers van 2-3 minuten, later werden die psychedelischer en wat langer. Hun eerste single kwam uit in 1966: ‘Can’t Seem To Make You Mine’, een verrassend langzame song met rauw klinkende gitaren, een simpel Fender Rhodes orgeltje en niet alledaagse zang. Het nummer werd een lokale hit. Opvolger was het veel wildere ‘Pushin’ Too Hard’, dat in eerste instantie ook alleen lokaal een hit werd. Maar nadat het debuutalbum ‘The Seeds’ was uitgekomen, werd de tweede singel ineens overal in Amerika opgepikt. Intussen zijn deze twee Sky Saxon nummers klassiekers geworden binnen het garage genre.


The Seeds maakten in de sixties maar liefst vijf albums, stuk voor stuk de moeite waard. Meest opvallende is het uit 1968 daterende ‘Raw & Alive/ The Seeds In Concert’; een nep-live registratie. Echter doordat het constant gillende publiek er zo knap in is gemonteerd merk je dat totaal niet. Het klinkt echt sensationeel. Als hun klassiekers komen langs en er is volop te genieten van hun kenmerkende Fender Rhodes en het opwindende stemgeluid van Sky Saxon.

In 1989 is The Seeds nog eens in originele bezetting kort bij elkaar gekomen. Sky Saxon heeft vanaf de jaren zeventig veel, weinig succesvolle bandjes geformeerd. In de afgelopen zeven jaar speelde hij onder de naam The Seeds een paar maal in ons land, met een aantal flink jongere muzikanten. Vorig jaar werd ‘Can’t Seem To Make You Mine’ in Engeland gebruikt voor een deodorant commercial. Saxon stierf, onverwachts, op 25 juni 2009 in een ziekenhuis in Austin, Texas. Volgens de één als 71-jarige en volgens een ander als 63-jarige. Zo hoort het bij legendes, er moet iets van geheimzinnigheid omheen hangen!

KLIK KLIK KLIK:




25.12.09

OSCAR SMIT: RAISING THE DEAD

Merry Christmas Joey Ramone

Bij kerstmuziek denk je niet direct aan punkrock liedjes. Laat staan aan The Ramones. Toch heeft deze de Amerikaanse band één kerstsong gemaakt, die we langzaam toch een klassieker mogen noemen: Merry Christmas (I Don’t Want To Fight Tonight). Een lekker in het gehoor liggend liedje van twee minuten met een muurtje van gruizige gitaren en dreunende drums. Op en top een Ramones song!



In 1974 begonnen in New York vier jongens een bandje. Ze besloten allemaal de achternaam Ramone aan te nemen. Hoewel dus geen familie werden ze door fans vaak Da Brothers genoemd! Ondanks dat de naam punk nog niet gebruikt werd, die een paar jaar later uit Engeland, maakten ze met hun korte, snelle songs al punk avant-la-lettre. Vooral in hun begintijd waren de Ramones erg invloedrijk en een bron voor veel beginnende punkbandjes. In 1996 hielden ze er mee op. Inmiddels zijn drie van de vier originele bandleden al overleden: Dee Dee (in 2002), Johnny (in 2004) en Joey Ramone (in 2001). Deze laatste was de charismatische zanger. Hij heette eigenlijk Jeffrey Ross Hyman.

Nadat de Ramones gestopt waren deed hij het rustiger aan. Hij maakte één soloalbum en af en toe en single. Ook bestaat er een postuum uitgegeven 5-track kerst EP: Christmas Spirit In My House (uit 2002). Hierop covert hij zijn eigen Ramones song Merry Christmas. Het nummer duurt bij hem tweemaal zolang omdat het met een akoestische begeleiding tweemaal zo langzaam gezongen wordt. In 2007 doet de Amerikaanse band Asobi Seksu en hetzelfde nummer maar nu klinkt het weer als een echte snelle song van de Ramones. Joey Ramone zelf is ook nog in een kerstliedje vereeuwigd. De Britse groep Helen Love is zo'n grote fan van Joey en de Ramones dat ze niet alleen Merry Christmas (in 2001) op een single zetten, maar in 2007 ook het poppy Joey Ramone Snowman opnamen. Zo, hoewel bijna allemaal dood, leven de Ramones voort!